Het Taallab

uitdagende taalactiviteiten voor basisonderwijs

Verschillende manieren om naar taaltalent te kijken.

Talentontwikkeling

Tussen de opvatting ‘iedereen heeft talenten’ en ‘talent is het bezit van uitzonderlijke mogelijkheden op een bepaald gebied’ lijkt een wereld van verschil. Toch is de consequentie voor het onderwijs in beide gevallen gelijk: leerlingen moeten de kans krijgen hun talent te ontdekken, te demonstreren en te ontwikkelen.

Deze site wil daaraan een bijdrage leveren op het rijke gebied van taal. Het gaat daarbij niet alleen om de meer traditionele opvatting over taalvaardigheid (‘goed in  taal’), maar ook om de relatie van taal met denken, met voelen, met beïnvloeden, met waarnemen, met vormgeven en met ten gehore brengen. Inderdaad, taal is een rijk vakgebied. Daardoor zijn er allerlei talenten verbonden met taal.

Zo kijken naar taal opent niet alleen perspectieven voor leerlingen. Ook als leraar kun je je visie op taal in het algemeen en op de rol van taal in je lessen in het bijzonder, hierdoor verbreden en verdiepen.

Sternberg

De psycholoog Robert Sternberg heeft in zijn publicaties (zoals R. Sternberg (2002). Succesvolle intelligentie - Hoe praktische en creatieve intelligentie succes bepalen. Lisse: S&Z) op basis van onderzoek gepleit voor een andere benadering van intelligentie. Hij onderscheidt daarbij drie ‘denkvaardigheden’: analytisch, praktisch en creatief denken. In principe beschikt ieder mens over alle drie, maar niet altijd in gelijke mate. Daarbij komt dat mensen vaak een voorkeur voor een van deze manieren van denken ontwikkelen en/of door hun omgeving wat eenzijdig worden gestimuleerd.

Deze drie denkmanieren zijn prima te verbinden met taalactiviteiten. Dat kan door te zorgen dat elk van deze denkmanieren regelmatig specifieke aandacht krijgt. Het kan ook door in de keuze van de werkvormen en de vraagstellingen alle drie de denkprofielen aan bod te laten komen. Hierdoor kunnen leerlingen elkaar aanvullen en versterken. Zo kunnen leerlingen elkaar ook inspireren eens op andere manier een probleem te benaderen.

Bloom

De onderwijspsycholoog Benjamin Bloom publiceerde in 1956 een taxonomie van denkniveaus, om daarmee doelen te kunnen ordenen. Hij onderscheidde zes niveaus: drie van lagere orde (onthouden, begrijpen en toepassen) en drie van hogere orde (analyseren, evalueren en creëren). Die hogere niveaus maken gebruik van de lagere, ze bouwen erop voort.

Bij het ontwikkelen van talent is het van belang zoveel mogelijk alle zes die lagen aan te boren en te benutten. Hierdoor ontwikkelt een leerling meer mogelijkheden om met een onderwerp om te gaan. Bovendien ontstaat er meer diepgang en ervaart een leerling meer mogelijkheden tot kritische reflectie. Er zijn mogelijkheden om deze denkniveaus te verbinden met de denkvaardigheden van Sternberg.

Gardner

De psycholoog Howard Gardner heeft (op basis van onderzoek bij mensen met een niet-aangeboren hersenbeschadiging) eveneens gepubliceerd over verschillende verschijningsvormen van intelligentie. Zijn ideeën zijn bekend geworden onder de naam ‘meervoudige intelligentie’, vaak afgekort tot MI. Sommige collega’s van Gardner trekken de wetenschappelijke onderbouwing van het onderscheid in verschillende ‘typen’ in twijfel. Dit neemt niet weg dat velen het onderscheiden van voorkeuren voor bepaalde typen activiteiten wel herkennen. Ook in het onderwijs is MI (al dan niet vertaald als vormen van ‘knap’) een bekend fenomeen. De bril van MI helpt in ieder geval om talenten van leerlingen naar voren te laten komen en verder te ontwikkelen.
Op het gebied van taal gaat het naast de verbaal-linguïstische aspecten ook om andere, zoals visueel-ruimtelijke, inter- en intrapersoonlijke en de muzikale aspecten.

Via onderstaande link kom je bij een matrix, waarin Gardner en Bloom met elkaar zijn gecombineerd.
http://talentstimuleren.nl/?file=1005&m=1386518543&action=file.download