Het Taallab

uitdagende taalactiviteiten voor basisonderwijs

De klank van taal.

Zoals wij spreken zo klinkt onze taal. Als je alleen iemands stem hoort, herken je die persoon daaraan. Doe je ogen dicht en luister naar de stemmen in je klas: je weet toch wie wat zegt, ook al zie je ze niet. Wat zijn die verschillen dan precies, die maken dat je daaraan hun stemmen herkent?

Taal wordt ook veel gebruikt in de muziek. Alle soorten muziek gebruiken teksten voor liedjes of zelfs voor hele toneelstukken op muziek, zoals musicals en opera's. Waarop moet je letten als je teksten op muziek wilt zetten of als je teksten wilt zingen?

Hoeveel verschillende klanken heeft het Nederlands eigenlijk? Zou dat aantal in elke taal hetzelfde zijn? Heeft dat aantal klanken met het aantal letters dat we hebben te maken? Is dat in andere talen ook zo?

Hoe maken we die klanken eigenlijk? Waarom maken we verschil tussen klinkers en medeklinkers en tussen stemhebbende en stemloze medeklinkers?  Wat heeft 't kofschip daarmee te maken? 

Hoe maak je al die verschillende klanken met je mond? Maak je de verschillende klanken altijd op dezelfde manier en doet iedereen dat zo? 

Wat is de rol van de klemtoon en hoe weet je nu waar die klemtoon komt? Is dat in andere talen net als bij het Nederlands? 

Vragen genoeg over de klanken van taal. Over sommige vragen kan je goed nadenken en proberen te analyseren wat er aan de hand is. Andere vragen kan je pas goed beantwoorden als je ermee aan de slag gaat, uitprobeert, varieert, kijkt, voelt, luistert. 

Een eitje...

Je weet natuurlijk dat we twee manieren kennen om de klank [ei] te schrijven: ei en ij.
De standaarduitspraak van beide schrijfwijzen is hetzelfde, maar dat is niet altijd zo geweest.
De letters i j stonden in de middeleeuwen voor de klank [ie]. Om aan te geven dat het om een lange klinker ging zette men achter de letter i nog een letter i. We kennen dat ook van oude plaatsnamen (Oisterwijk, Oirschot, Huissen), waar die i ook aangeeft dat je die klinker daarvoor lang moet uitspreken. Tweemaal een i (ii) vond men al gauw wat verwarrend en daarom maakte men die tweede i wat langer: zo ontstond de ij, maar wel uitgesproken als [ie]! De plaatsnaam Wijchen illustreert dat, want die spreek je nog steeds uit als [wiechən].

In het Amsterdamse stadsdialect maakte men van die [ie] een soort [ei]. Het gevolg was dat in en om Amsterdam steeds meer mensen die klank overnamen. Wie ver genoeg van Amsterdam vandaan woonde, bleef gewoon [ie] zeggen. Nog steeds hoor je in Groningen, Drenthe, Overijssel, Gelderland en Zeeland [ie] op plekken waar een ij geschreven wordt. 

Als jij in een van die streken woont kan je misschien een lijst maken van woorden waarin [ie] gezegd wordt als je ij schrijft. Woon je ergens in 'Holland' of Utrecht, dan kan je misschien contact zoeken met scholen langs de grenzen van Nederland, om erachter te komen of zij daar inderdaad die [ie] in ere hebben gehouden. Of misschien heb je familie in dat deel van Nederland. Interview hen dan eens over hun uitspraak en die van hun buren.

Kan je trouwens bedenken waardoor die uitspraak in het Amsterdamse dialect tot voorbeeld is geworden van anderen, waardoor we nu twee schrijfwijzen hebben voor dezelfde klank [ei]?

Er zijn in Nederland en Vlaanderen meer manieren om de [ei] uit te spreken. Hoe spreken de leerlingen uit jouw groep de klank [ei] uit? Welke verschillen kom je tegen? Luister eens naar een Vlaamse of Limburgse zender en naar een Haags radiostation. Hoe zeggen ze die [ei] daar?    

Dat rijmt!

Misschien heb jij dat ook wel eens meegemaakt. Iemand zegt iets en dan blijkt dat te rijmen, per ongeluk. Vaak klinkt dan van iemand anders de verraste uitroep "Dat rijmt!" 
Het lijkt dan dat je woorden die rijmen beter hoort dan woorden die niet rijmen. Ze vallen blijkbaar op.

Dat zou je kunnen onderzoeken. Onthoud je de woorden die rijmen beter dan de andere woorden uit een gedicht? Maakt het dan verschil of je het zelf leest of dat iemand anders het voorleest?

Verzamel voor je onderzoek een aantal rijmende gedichten en ook wat liedjes of songteksten met rijm erin, liefst in gezongen vorm. Kies ook een gedichtje of liedje met een onzintekst of met niet-bestaande woorden. Tip: Cees Buddingh' heeft er een aantal geschreven, zoals De blauwbilgorgel.
 

Maak een plan om hiermee te onderzoeken of die rijmwoorden inderdaad zo opvallen dat je ze beter onthoudt dan de andere woorden en of het soort tekst dan verschil maakt. Bespreek vooraf wat je denkt dat je zult vinden en waardoor dat volgens jullie komt.

Vreemde klanken?

In Nederland spreken we Nederlands. De manier waarop dat Nederlands klinkt, is soms heel verschillend. Op het filmpje dat je hier kunt bekijken, zie je de Nederlander Lucas Verweij. Hij woont in Berlijn, maar hij vindt het leuk om mensen na te doen (te imiteren) die op heel verschillende manieren Nederlands spreken. Steeds komt onderin het beeld wat hij imiteert. 

Probeer uit te vinden wat kenmerken zijn van elk van die manieren van praten. Beluister het fragment desnoods een paar keer, om goed te horen hoe hij het Nederlands (uit)spreekt. 

Maak een overzicht van die verschillende manieren van spreken en de bijbehorende kenmerken.
Kies er dan enkele uit en ga op zoek naar nog meer voorbeelden van die manier van spreken, maar dan door mensen die echt zo speken (dus geen imitators).
Zorg dat je steeds preciezer kunt beschrijven wat je hoort als iemand zo praat. 

Klemtoon veroorzaakt misverstand

Soms zien woorden er heel bekend uit, totdat je ze uitspreekt. Een voorbeeld daarvan vind je in het nieuwsbericht op http://www.speld.nl/2009/03/16/bezoeker-ikea-zoekt-bommelding/ .
Lees dat bericht goed door en probeer te verklaren wat er daarin beschreven wordt. Kijk naar de datum en zoek uit door welke berichten deze man in de war is gebracht!

Zoek zelf ook een paar woorden die je op verschillende manieren kunt lezen, door de klemtoon op een ander klankdeel te leggen. 

Kies er twee uit en maak met elk een krantenbericht, waarin je die twee manieren van uitspreken (en dus die twee betekenissen) verwisselt of door elkaar gebruikt. Zorg dat het wel een serieus bericht lijkt!

Tegenpolen

Je hebt vast weleens met magneten gespeeld. Je zult dan gemerkt hebben dat magneten maar op een manier tegen elkaar ‘plakken’. Draai je een van die magneten om dan stoten ze elkaar af. Met bepaalde klanken in onze taal gebeurt er net zoiets.

Je weet wat medeklinkers zijn. Bij sommige medeklinkers gebruik je je stembanden en bij andere laat je de lucht ontsnappen zonder je stembanden te gebruiken. Die eerste soort noemt men daarom stemhebbend en die tweede soort stemloos.

Bij deze twee soorten medeklinkers gebeurt net zoiets als bij magneten, maar dan net andersom. Bij magneten stoten gelijke polen elkaar af. Bij die medeklinkers willen verschillende medeklinkers juist niet samen. Na een stemloze medeklinker kunnen we alleen een eveneens stemloze medeklinker uitspreken. En na een stemhebbende medeklinker kan alleen maar een stemhebbende medeklinker volgen.

Probeer dat maar eens uit. Neem een woord als [stopən]. Zou de verleden tijd nu [stoptə] of [stopdə] zijn? Dan luister je naar de stam (het werkwoord zonder -ən). Je hoort dan [stop]. Die laatste klank [p] is een stemloze medeklinker, want je gebruikt je stembanden niet. Dus moet er ook een stemloze medeklinker volgen: [stoptə]. Probeer maar eens  [stopdə] te zeggen: dat lukt je niet. Zonder dat je dat wilt maak je van die [p] een [b], het stemhebbende zusje van die [p]. Je hersens sturen je mond, zodra ze merken dat jij een [d] wilt gaan zeggen.

Probeer dat eens uit met andere medeklinkers in andere (werk)woorden. Denk eraan dat je alleen naar de klanken luistert en niet naar de letters kijkt, want brengt je op een dwaalspoor, zoals je zult merken.
Kun je nu ook uitleggen waarom men ooit het ezelsbruggetje ’t fokschaap  of
’t kofschip bedacht heeft? Dan snap je nu ook waarom je geen x moet toevoegen aan ’t kofschip. Waardoor zouden sommige mensen denken dat dit wel nodig is?

O ja... Hoe weet je nu of een medeklinker stemhebbend of stemloos is? Daar is een simpele 'truc' voor. Duw met je vingers je oren goed dicht en zeg dan die medeklinker. Hoor je een soort gezoem in je hoofd, dat heb je je stembanden gebruikt, want die hoort je 'binnendoor'. Hoor je niets, dan is er alleen lucht ontsnapt en heb je je stembanden niet gebruikt. Het geluid van die ontsnappende lucht hoor je niet want je hebt je oren dicht. Probeer maar eens door achter elkaar de [z] en de [s] te zeggen en die klanken even aan te houden. Welke van die twee is dus stemloos?

Er volgt meer!