Het Taallab

uitdagende taalactiviteiten voor basisonderwijs

De geschiedenis van taal.

Dit deel gaat over het ontstaan en de verandering van woorden en namen en over de manier waarop mensen dingen nu zeggen en vroeger zeiden. 

De geschiedenis van woorden brengt je soms op het spoor van oude gebruiken, leidt je naar andere landen en andere tijden. Soms kom je er onverwacht achter hoe woorden vroeger met elkaar te maken hadden, terwijl je daarvan nu niets meer merkt. Zo zijn de woorden beuk (boom) en boek familie van elkaar, maar is beuk (grote middendeel van een kerk, ook wel schip genoemd) weer verwant aan buik.

Plaatsnamen en achternamen vertellen soms veel over hun ontstaan. Zo weet je door de naam Amsterdam, die voortkomt uit Amstelredamme, dat die stad gebouwd werd bij een dam in de rivier de Amstel. 

Ook je eigen achternaam heeft een geschiedenis, die je soms kunt aflezen aan die naam, maar in andere gevallen ook raadselachtig blijft. Door je erin te verdiepen ga je wel steeds meer herkennen en begrijpen van en over namen en andere woorden. 

Dichtbij huis blijven?

Alledaagse woorden die met een huis te maken hebben, zoals muur, kelder, poort, venster, kamer en zolder blijken oorspronkelijk allemaal uit het Latijn (de taal van de Romeinen) te komen.
Zoek eens uit hoe dat zit: waardoor heeft men daar in onze streken ooit Latijnse woorden voor gekozen en welke Latijnse woorden waren dat dan?
Zijn er in en om het huis nog meer woorden met zo'n Latijnse oorsprong?

Maak een poster waarop je die Nederlandse en Latijnse woorden koppelt aan een tekening, waardoor anderen direct zien wat ze toen en nu betekenen.

Varen

Bij het woord varen denk je natuurlijk direct aan water en boten. Toch heeft dat woord heel lang een veel ruimere betekenis gehad.
Ga eens op zoek en probeer te ontdekken wat het woord 'ervaring' en de plaatsnaam Amersfoort met elkaar en met het woord varen te maken hebben.
Welke woorden in onze taal hebben daar ook nog een relatie mee? 

Maak een schema waarin je de relatie tussen al die woorden overzichtelijk laat zien.

School

Je weet natuurlijk wat een school is. Dat woord komt uit het Latijn. De Romeinen hebben het weer uit het Grieks gehaald. In het Grieks betekende het zoiets als 'wat je doet in je vrije tijd'. Zo kijk jij vast niet naar school!
Zoek daarom eens uit hoe dat zit. Hoe kan het dat die Grieken school als een vrijetijdsbesteding zagen? Formuleer eerst een paar vragen waarop je antwoord zou willen hebben en bedenk dan hoe en waar je daarop antwoord zou kunnen vinden. 

Kies een vorm waarin je mooi een vergelijking kunt maken tussen wat 'school' toen bij de Grieken was en wat  'school' nu is (voor jou).

Stapelen maar...

Misschien heb jij je weleens afgevraagd, waarom het woord kind in het meervoud kinderen wordt. Dat lijkt een beetje vreemd. Dat klopt: eigenlijk zijn het twee meervouden, die 'op elkaar gestapeld' zijn.
In het Duits is het meervoud van Kind het woord Kinder. (In het Duits schrijf je zelfstandige naamwoorden altijd met een hoofdletter.) Heel vroeger was kinder in het Nederlands ook het meervoud van kind. (In sommige streken van het land zegt men dat trouwens nog steeds.) Maar doordat een meervoud met -er toch een beetje bijzonder was, omdat de meeste woorden -en kregen in het meervoud, gingen mensen achter kinder ook nog die -en zeggen. Zo ontstond de vorm kinderen.

Bij welke woorden is dit nog meer gebeurd? Hebben deze woorden ook in het Duits nog steeds een meervoud dat eindigt op -er? Zijn er in bepaalde streken van het land ook nu nog andere soorten stapelmeervouden (dus niet met -en erachter)? Welke en waar?

Nu lijkt dat iets van vroeger, dat stapelen van meervouden. Toch is dat niet waar. Ook nu doen mensen dat nog steeds. In het zinnetje "Heb jij die data's in je agenda gezet?" horen veel mensen geen fout. Toch klopt het niet: data is al meervoud. Hoe kan dat? Zoek dat maar eens uit!
Ga daarna op zoek naar andere woorden waarmee dit ook gebeurt.

Wat vind je, nu je dit weet, van de zin: "De media is de schuld dat die bekende acteur niet meer in de tuin durft te zitten." En dan gaat het natuurlijk om de vorm van de schuingedrukte woorden en niet of jij dat zielig vindt...

Let eens op reclames, mensen die op radio of tv komen of krantenberichten (vooral in huis-aan-huisbladen): komen daarin zulke zinnen voor? Ook de mensen om je heen kunnen soms zulke meervouden gebruiken, let erop! Verzamel zoveel mogelijk voorbeelden! 

Presenteer de verschillende soorten stapelmeervouden èn meervouden die als enkelvoud gebruikt worden. Bedenk een vorm waardoor anderen direct herkennen wat er aan de hand is. Maak daarin ook duidelijk waardoor mensen zo met meervouden omgaan. 

Middeleeuws Nederlands

Voor deze opdracht gaan we terug in de tijd, naar de middeleeuwen. Als je niet (meer) weet wanneer dat was, moet je het even opzoeken! 

Zouden de mensen in de middeleeuwen geweten hebben dat zij in de middeleeuwen leefden? Leg eens uit!

In de middeleeuwen klonk het Nederlands een beetje anders dan nu. Ook de spelling was toen anders. Lees daarover de tekst die je vindt via http://www.literatuurgeschiedenis.nl/lg/middeleeuwen/middelnederlands/lgme119.html  en dan vooral de tweede helft van die pagina. 
Probeer met die informatie een verhaaltje te schrijven op de manier waarop dat in de middeleeuwen eruit zag. 

Daarna kan je een middeleeuwse tekst bekijken, bijvoorbeeld het romantische verhaal over Floris en Blancefloer, waarvan je de beschrijving en een stukje tekst vindt via http://www.literatuurgeschiedenis.nl/lg/middeleeuwen/tekst/lgme002.html. Probeer het fragment eens hardop te lezen en houd dan rekening met wat je nu weet over de spelling toen!

Er staan op deze site nog meer middeleeuwse teksten. Probeer maar eens of je die kunt lezen! Je kunt ook in de bieb een boek opzoeken waarin zo'n middeleeuwse tekst en de moderne vertaling daarvan, naast elkaar staan.

Straatnamen (1)

Er is een kans dat jullie school aan de Schoolstraat staat. In ieder geval is er in in veel steden en dorpen wel een straat die Schoolstraat heet. Bij jou ook? Staat daar nog steeds een school? Sinds wanneer?
Elk dorp en elke stad heeft straatnamen die iets zeggen over gebouwen die daar staan, of ooit stonden. Ga eens op zoek naar de Kerkstraat en/of het Kerkplein, de Molenstraat of de Molenweg, het Stationsplein of de Stationsstraat, de Raadhuisstraat of het Stadhuisplein (of namen die daarop lijken). Zoek eens uit wanneer dat gebouw (die kerk, die molen, die school of dat raadhuis) daar kwam en of het er nog steeds staat. Heeft dat gebouw nog steeds dezelfde functie of wordt het nu voor iets anders gebruikt?
Zijn er nog andere straten of pleinen die genoemd zijn naar een gebouw? 
Is er bij jullie ook een Zuivelweg? Hoort die ook in dit rijtje thuis? Leg eens uit!

Behalve over gebouwen zeggen straatnamen soms ook iets over de plek in het dorp of de stad. Namen als Hoofdstraat, Achterweg, Voorstraat, ParallelwegBrink, of Dorpsplein maken het zoeken gemakkelijk, als je tenminste weet waarom straten zo heten. Zoek eens uit of er bij jou ook zulke namen zijn en waar! Ga ook eens op zoek naar de betekenis van deze namen: waarom noemde men een straat of plein zo en wat weet je daardoor over die straat? 

Tip: interview mensen die al heel lang in jouw dorp of stad wonen en vraag hen wat zij weten over wie er in die straten hebben gewoond en/of wat daar vroeger is gebeurd.

Maak een plattegrond van (een deel van) jullie dorp of stad en laat zien welke namen verwijzen naar een gebouw (zet er een foto bij!) en welke naar een plek (zet ook hiervan een foto èn uitleg erbij). Vertel tijdens je presentatie een of meer van die verhalen uit je interview of laat (een deel van) een opname daarvan horen.

Straatnamen (2) 

Wegen tussen twee dorpen of steden werden vaak genoemd naar die plaatsen. Zo heb je in Den Haag o.a. een Wassenaarseweg (naar Wassenaar), een Leidsestraatweg (naar Leiden) en een Rijswijkseweg (naar Rijswijk).

Ga eens in je eigen woonplaats op zoek naar zulke namen, die de weg wijzen naar een plaats verderop. Kan je bedenken hoe die weg heet als je in die andere plaats bent aangekomen? Controleer eens of jouw idee klopt! Zoek naar voorbeelden in andere delen van het land. Is dat daar ook zo? 

Die namen eindigen vaak op straat, weg, straatweg, laan. Soms beginnen ze daarmee (bv. in Zutphen: Weg naar Voorst). Wanneer noemde men het een weg en wanneer een straatweg of een laan? In welke tijd ontstonden zulke namen? Kies een paar voorbeelden (mag ook in andere delen van het land dan waar je woont) en probeer daarachter te komen.

Straatnamen (3)

Straatnamen die niet verwijzen naar een gebouw, een plek of een andere plaats, kregen (en krijgen nog steeds) een speciaal daarvoor bedachte naam. Vaak krijgen straten die bij elkaar in de buurt liggen, namen die met elkaar te maken hebben. Soms noemt men dan zo'n buurt of wijk naar het soort namen: de vogelwijk, de schilderswijk, de zeeheldenbuurt. In heel veel steden en dorpen vind je daardoor (bijna) dezelfde straatnamen. Prik eens tien plaatsen op de kaart van Nederland en zoek uit of daar dezelfde soort namen voorkomen.

Welke straatnamen zouden het meest in Nederland voorkomen? Bevraag je klasgenoten maar eens: wat denken zij?
Op de site http://www.overstraatnamen.nl/ vind je antwoorden op zulke vragen en nog veel meer opmerkelijke weetjes over straatnamen. Zoek er eens een paar op en presenteer die op een aantrekkelijke manier aan je groep, bv. in de vorm van een quiz met waar-/nietwaarvragen.

 

 

Er volgt meer!